Robots proberen hun technotoop te verlaten en een belangrijke vraag is of dat gaat lukken. “In al die apparaten zitten al heel veel fixaties op onze sociale werkelijkheid”, vertelde ingenieur en filosoof Martijntje Smits in een interview over sociale robots. En voor de zorg gaf ze een hele goede tip: “We kunnen heel veel robots aanschaffen, maar we hadden ook een eenvoudige oplossing: het huisdier. Misschien moeten we het huisdier weer herintroduceren in de zorg.”

Het beeld van een roboteendje is van robotlove.nl. Met een wervend nieuwsdetail: de Niet Normaal Foundation breekt het maatschappelijk debat najaar 2018 open met een art & design exhibition in het Evoluon in Eindhoven. Tot 1 december 2017 kun je nog je eigen cyborg-idee indienen. En lees vooral ook dit interview hieronder met Martijntje Smits over sociale robots, mensen en samenleving. Deze expertise wint voortdurend aan actualiteit! Dit is een artikel uit mijn archief. Het verscheen in 2010 in Sociologie Magazine (… de hardcopy ben ik even kwijt, pagnrs. e.d. worden aangevuld zodra gevonden). Back to the future:

Robots verlaten hun technotoop

Bestuurbare militairen, zelfrijdende auto’s en zeehondknuffelrobots. In diverse gedaanten verlaten robots hun oorspronkelijke technotoop, de fabriek. Als sociale robots betreden ze de samenleving. Ingenieur en filosoof Martijntje Smits over de jongste generatie robots.

Voor ons voorstellingsvermogen: wat doen robots momenteel zo buiten fabrieken?

In Irak en Afghanistan zijn iets van 16 à 17.000 robots aan het werk, waarvan een deel bewapend. Het is nog niet zo dat ze zelf, zonder menselijke bemiddeling, schieten, maar dat is wel de volgende stap waaraan gewerkt wordt. Het gaat nu nog vooral om tele-geleide robots.”

Tele-geleid?

Dat zijn bijvoorbeeld onbemande vliegtuigjes. Van een afstand wordt bepaald of er geschoten wordt.”

Dus wanneer de Amerikaanse president Obama zegt: we trekken onze manschappen terug, kan het zijn dat de robots daar niet onder vallen?

De lijkenzakken zijn voor de VS een hele belangrijke aanleiding geweest om vanaf 2004 heel fors in robots te investeren. Zo’n viereneenhalf miljard dollar per jaar. Japan is ook een belangrijke investeerder. Maar Japan investeert vooral in entertainment en in servicerobots. In Japan is het apparaat veel meer een metgezel, iets dienstbaars. Daar zal de volgende generatie robots bestaan uit coëxisterende partners die bijdragen aan een vreedzame samenleving. Dat staat haaks op de bewapende robots.”

Niet-oorlogszuchtige robots

Welke vreedzame robots zijn actief?

Je hebt bijvoorbeeld de Roomba, de stofzuigrobot die ook trendsettende Nederlanders aanschaffen. Je hebt de ramenlappende robot, de grasmaaiende robot. In Japan heb je in de zorg sinds kort de automatische wasmachine, die mensen wast. In het lab wordt gewerkt aan een wc-robot, een robot om je naar de wc te brengen, maar die schijnt nog niet goed te werken, want het duurt eindeloos voor je je plas kunt doen.

De inzet van ons onderzoek is dat de robotica een nieuwe fase ingaan. Vanaf de jaren zestig ging het in de industriële robotica om het samenvoegen van mechanisering en computerisering om het werk in fabrieken veel efficiënter uit te voeren. De industriële robotica is de stap na de machine, het is de machine met grijparmen, nog statisch. Daar komen wel sensoren aan te pas, maar er is heel weinig interactie met de omgeving. De omgeving is heel erg gestandaardiseerd. Doordat robots nu uitgerust zijn met camera’s en een bewegingsapparaat zal er veel meer interactie met de omgeving zijn en is het denkbaar dat ze ingezet worden in het huishouden, in ziekenhuizen en in kantoren en op school.”

Maar dat zijn toch ook vaste locaties? Gaan die dan misschien op de fabriek lijken?

Je moet je huishouden aanpassen aan je robots. Je moet veel van de grond halen. In een strak design werkt de Roomba veel beter dan in de huiskamer van je oma. Maar de belofte van de techniek gaat veel verder. Sociale robots zijn het nieuwste van de afgelopen tien, vijftien jaar. Het zijn robots die kunnen reageren op taal, op emoties, die gelaatstrekken hebben zodat mensen ermee kunnen omgaan.”

Sociale robots

Waarom noemt u ze ‘sociale’ robots? Een socioloog stelde ook de adjectieven ‘societal’, of ‘sociable’ voor …

Robotici hanteren de indeling in servicerobots en sociale robots. Sociale robots worden in complexe domeinen ingezet, waarbij communicatie essentieel is.”

Robotici?

Dat zijn multidisciplinaire teams, meestal robotteams aan universiteiten. Het is een vakgebied met een flink high tech-gehalte. In Nederland zijn we wat gematigder, maar in de Amerika zijn er van die apologeten die roepen dat robots mensen gaan overtreffen in intelligentie, dat je ze niet meer kunt onderscheiden van mensen, dat robots rechten moeten krijgen. Dat zijn vergezichten.”

Volgens welk wetenschappelijk perspectief, of met welke methode, verzamelt u kennis over sociale robots?

We werken volgens TA, Technology Assessment, een tamelijk eclectische theorie, met de nadruk op toepassing. Het doel is anticipatie op mogelijke gevolgen van nieuwe technologie voor de samenleving. In de jaren zeventig was het aanvankelijk een vrij simplistische methode waarbij dè effecten van technologie in kaart werden gebracht. Je had kernenergie en dan kon je de milieu-effecten bepalen. Nu weten we dat de ontwikkelingen veel onzekerder zijn, dat ook onze culturele voorkeuren veranderen dankzij technologie. Technologie is niet meer de factor die alleen maar extern is. Het centrale paradigma is dat samenleving en techniek interacteren. Als je een vliegtuig hebt, kun je nooit voorspellen hoe over twintig jaar een vliegtuig een plaats verwerft in de samenleving. Dat is altijd een grillig proces waarin normatieve keuzes gemaakt worden.

Veel huidige Nederlandse techniekfilosofen hebben het idee losgelaten dat nieuwe technologie getoetst kan worden aan de moraal, of aan vooraf vastgestelde ethische richtlijnen. Er is geen algemeen toetsingskader; techniek en samenleving in interactie scheppen behoeften en normen. Zo zijn de normen over hygiëne aangescherpt door de intrede van stofzuigers. Met Technology Assessment kun je vaststellen dat bestaande normen niet meer zullen voldoen, omdat technologie nieuwe, precedentloze situaties creëert.”

Technologische en sociale trends

U analyseert de nieuwe techiek in het licht van veranderingen in de samenleving. Welke veranderingen?

We zoeken naar trends in sociale domeinen die we koppelen aan technologische trends. Vergrijzing in de zorg bijvoorbeeld, of nieuwe eigendomsconcepten zoals meer lease-auto’s in het personenvervoer. Je ziet nu bijvoorbeeld een geleidelijke robotisering van de auto, steeds meer functies worden automatisch, zoals automatisch inparkeren. Een stap verder is dat je die bestuurder helemaal niet meer nodig hebt. Dat zou best een revolutie zijn, want dat zou betekenen dat je ’s ochtends je dochter van acht in de auto kunt zetten en de auto opdracht geeft om haar naar school te rijden. Ons hele concept van verantwoordelijkheid van bestuurders zal veranderen.

Zijn er terreinen waarop u in het rapport gaat concluderen: tot hier en niet verder?

Er leven grote zorgen bij wat er gaande is in het Amerikaanse leger en wat er zou gebeuren in oorlogssituaties. In het internationale oorlogsrecht moeten aanpassingen plaatsvinden. In elke sector moet visie ontwikkeld worden op wat we willen. We moeten eerst een discussie voeren over prioriteiten, en dan over welk apparaat daar bijhoort. Meestal gaat het omgekeerd. In die apparaten zitten al heel veel fixaties op onze sociale werkelijkheid.

Robots zijn ook heel verontrustend, bijvoorbeeld in de zorg. Zorg gaat over warmte en liefde en het is moeilijk voorstelbaar dat je dat uit handen gaat geven. De verpleger vervangen, we denken dat dat niet zal gebeuren. De belofte van arbeidsbesparing gaat heel erg tegenvallen, robots zullen meestal niet de bestaande functies vervangen, maar juist nieuwe behoeftes creëren. Zoals Paro, het zeehondrobotje, echt een sociale robot in de zin dat ie geen werk verzet.”

Techniek kan normen en waarden ondermijnen of versterken, zo wordt het ook beschreven in Moralicide, uw recente publicatie over nieuwe morele vacabulaires voor technologie. Wat ondermijnt of versterkt Paro precies?

Paro’s functie is contact maken met mensen. Het is een zeehond zo groot als een baby, een pluizige baby, en reageert op wat je doet, wat je zegt, op je stem, op je bewegingen. Als je hard gaat schudden gaat ie kermen, als je aait, dan gaat ie met zijn oogjes knipperen en met zijn staartje wiebelen. Aan Paro wordt een therapeutische werking toegedicht. Hij wordt gebruikt in verzorgingstehuizen en voor dementerende ouderen die vereenzamen en angstig zijn. Je kunt badinerend zeggen dat het een veredelde pop is, maar de les van Paro is ook dat je als dementerende zorg kunt geven en dat dat heilzaam is. Robots in de zorg kunnen ook onze opvattingen over wat goede zorg is veranderen. In veel verzorgingshuizen moest het huisdier eruit, was te lastig of te onhygiënisch. Met Paro is herontdekt dat het belangrijk is om iets te hebben om voor te zorgen. Dat inzicht kan op verschillende manieren uitwerken. We kunnen heel veel robots aanschaffen, maar we hadden ook een eenvoudige oplossing: het huisdier. Misschien moeten we het huisdier weer herintroduceren in de zorg.”

Literatuur:

– Robots onder de mensen – Een brede verkenning van de maatschappelijke impact van de nieuwste generatie robotica – Martijntje Smits en Floortje Daemen (red.), najaar 2010. Rathenau Instituut.

– Moralicide – nieuwe morele vacabulaires voor technologie – Marli Huijer en Martijntje Smits (red.) 2010. Uitgeverij Klement / Stichting Civis Mundi.

Dit is een artikel uit mijn archief. Het verscheen in 2010 in Sociologie Magazine.