Dit essay verscheen als Boekrevisie in: Tijdschrift voor Sociale Vraagstukken. pp.40-41, Nummer 2, Zomer 2013. In het aan te bevelen Themanummer: ‘Moderne armoede, nieuwe remedies’

Werkend arm in de horeca van Parijs en zwervend van opvang naar opvang in London; George Orwell beschreef in zijn klassieker Down and out in Paris and London (1933) zijn belevenissen als arme onder de armen. Je kunt het lezen als een lesprogramma in empathie. Nuttig in een tijd waarin er vraag is naar de affectieve burger. Hoe empathisch kan een burger omgaan met medeburgers?

 DownandOutCoverEen nauwe straat in Parijs. Alle huizen zijn goedkope hotels, vol met Polen, Arabieren en Italianen. Bistro’s waar je voor weinig geld dronken wordt en ‘s avonds gevechten ‘met stoelen en soms revolvers. ‘s Nachts kwam de politie alleen nog ge-twee door de straat’, beschrijft Orwell. Hij observeert armoede tegen deze achtergrond van romantiek en spanning, maar ook de onschuld van die tijd – want vandaag treedt de politie ook overdag niet meer alleen op.

Down and Out staat voor de lage buitenspelposities in de samenleving; thuislozen, tramps en horeca-slaven zijn Down-and-Out-ers. Arm gaat hier over de basics van het overleven: een bed, eten en kleren. En respect. Orwell’s dubbele perspectief – hij is arm en observeert armoede – produceert kennis over inlevingsvermogen. Het boek roept nog steeds morele reacties op, zo blijkt uit de vele recensies op leesplatform Goodreads. Het reisverslag wordt door jonge Amerikanen gelezen als voorbereiding op de eerste reis naar Parijs. En op de trappen van de Sacré Coeur zag ik ooit een jonge student met de titel demonstratief zichtbaar; het boek fungeerde als symbolisch kapitaal. Er zijn zeker drie lessen in empathie uit het boek te trekken.

Les 1: Armoede kan iedereen, ook mij, overkomen Empathie groeit door concrete ervaring met armoede. Orwells weinige geld wordt gestolen en dan schrijft hij: ‘Je hebt al zoveel nagedacht over armoede, het is waar je heel je leven bang voor was, waarvan je wist dat het jou zou gebeuren, vroeger of later.’ Hij kan nu niet meer naar de kapper of zijn kleren laten wassen. Hij mijdt welvarende kennissen. En van zijn laatste geld koopt hij een halve liter melk.

 De armoede heeft ook iets bevrijdends. Door zijn situatie van armoede kan twintiger Orwell empathiseren, inleven. Hij constateert geen verschillen tussen mensen: ‘Als je van dichtbij kijkt, zie je dat er geen essentieel verschil is tussen een bedelaarsleven en dat van een willekeurig aantal respectabele mensen.’

Ontsnappen aan de honger doet Orwell als bordenwasser. In een vieze, krappe hotelkeuken werkt hij achttien uur per dag, zeven dagen per week. Een werkweek van 126 uur is niet ongebruikelijk in de laagste regionen der Parijse horeca. Baantjes als kelner zijn populairder. Maar daarvoor moet je er weer goed uitzien, wat ons brengt bij empathie-Les 2.

 Les 2: Pas je aan de normaliteit aan, maar blijf kritisch tegenover de dictatuur ervan Een man verft de huid onder zijn versleten sokken met inkt, zwart. Zo kan hij zich toch voorstellen bij een werkgever. Orwell zelf is blij wanneer hij zijn beste pak weer terugkoopt bij de pandjesbaas. ‘Je moet doen alsof je tamelijk normaal leeft.’ Dit spel van aanpassen en inspelen op de normaliteit is ook empathie: het verplaatsen in wat er van je wordt verwacht.

 Het doen-alsof-in-het-besef-dat-je-doet-alsof is de dubbele bewustzijnslaag die de laat-moderne mens splijt. We hunkeren naar authenticiteit, maar die wens op zichzelf al duidt op vervreemding. Er is blijkbaar iets dat ons ervan weerhoudt onszelf te zijn. De Amerikaanse sociologe Arly Hochschild laat die vervreemding in dienstverlenend werk in de luchtvaart, bij deurwaarders en in de zorg goed zien. Werknemers verlenen emotionele arbeid en hun emoties en gevoelens zijn dienstig aan de klant. Hochschild wijst op de negatieve effecten van emoties-op-afroep: het de-personaliseert mensen; ze weten niet meer wat ze echt voelen.

 En George Orwell? Terwijl de gasten dineren, wast hij af en twijfelt hij aan de normaliteit: ‘Het werk is nuttig of nutteloos, productief of parasitair; de enige eis is dat het winstgevend is.’ Hij vraagt zich af of er echt behoefte is aan grote hotels en restaurants, en beoordeelt de aangeboden diensten als vermeende luxe. Angst voor de armen staat aan de basis van het nutteloze, slecht betaalde werk. Armen zullen gevaarlijk worden wanneer ze niet werken: ‘(..) work in itself is good — for slaves, at least.’

Les 3: Verwacht geen dankbaarheid van de mensen die je helpt In Londen slaapt onze chroniqueur op slaapzalen tussen rochelende oude mannen die aan hun eind lijken, hij wast zich in het badwater van twintig anderen en leeft op thee en twee boterhammen met margarine per dag. De slaapzalen worden gerund door christenen, die in ruil daarvoor verwachten dat ze bidden en naar preken luisteren. Hier worden de tramps pas echt opstandig van. Wat hij dan ook echt geleerd heeft van zijn verblijf onder de tramps, aldus Orwell, is dat hij nooit meer zal verwachten dat ze dankbaar zullen zijn wanneer hij iets geeft.

De down-and-out-lesformule voor empathie van Orwell, met een flinke scheut Hochschild, impliceert dat ons inlevingsvermogen groeit naarmate: we vaker zelf arm zijn; we begrijpen welke – soms extreme – aanpassing van mensen verlangd wordt, en beseffen wat van ons verwacht wordt, namelijk geen dankbaarheid. Empathie kun je leren, waarbij de kanttekening past dat Orwell lesgeeft in selectieve empathie: vrouwen en joodse burgers behoren niet tot zijn empathie-domein, wat pijnlijke scenes oplevert.

Deze empathie-formule passen we tot slot nog toe op de student die Orwells boek las op de trappen van de SacréCoeur. Hij zal na lezing van Down and Out in Paris and London anders kijken naar clochards. In het besef dat ook hij zijn dak kan verliezen. Hij past zich aan, maar beseft tegelijkertijd dat de wereld doordrenkt is van economische rationaliteit. Hij schenkt zijn brood zonder dankbaarheid te verwachten. En hij doet niet aan die onze samenleving doordringende emotional labour, want de clochard verdient geen nep-lach en onze student is geen Client whisperer of Kundenversteher. Wat hij van Orwell leert is dus geen affectie, zeker geen artificiële affectie, wel selectieve empathie.

 Bronnen:

Hochschild, Arly Russell 2012. The managed Heart – Commercialization of Human Feeling. University of California Press. Updated edition.

Orwell, George 1933. Down and Out in Paris and London. The University of Adelaide Library. Ebook. Version 10/11/2012.