Als het gedrag of de kleding van iemand de kansen op een baan beperkt, wordt de bijstand geweigerd, gekort of ingetrokken. (regeerakkoord 2010 VVD, CDA, PVV)

barbapMark Rutte kan is als eerste lid van de Barbapapa-generatie minister-president geworden. In 2006 vond ik het spannend te zien of ze het redden, de Barbapapa’s in de politiek en omschreef ze als volgt: ‘Ze zijn herkenbaar aan hun geboortejaar (na 1965) en doordrongen van pragmatisme, diep in hun hart gecombineerd met een onverbeterlijk optimisme. Het zijn echte aanpassers, met een sterk vooruitgangsgeloof, want ze kennen weinig tegenslagen. Ze laten zich ook door geen omstandigheid uit het veld slaan en tonen zich zulke goede verliezers dat het ook bij werkelijk verlies lijkt alsof ze niet verloren hebben.’ (p. 86 in: Duyvendak, Engbersen, Teeuwen en Verhoeven 2007. Macht en verantwoordelijkheid – Essays voor Kees Schuyt. Amsterdam University Press).

Het mensbeeld van Mark Rutte is dat van een kneedbare, plastieke mens. In de kern optimistisch en pragmatisch. Iedereen kan en moet meedoen. Wie de klei van de flexibele mens hard laat worden, die verstart: omvorming is het adagium. De mens is maakbaar. Door zichzelf, DIY. En de Barbapapa-familie is de ‘plastieke mens’ in optima forma. Als er een probleem is bij het oversteken van een rivier, verandert Barbapapa zichzelf in een brug. Is de helling te steil, dan rollen de Barbakinderen zichzelf op tot een bal en fungeert Barbamama als vangnet.

De harde variant van de plastieke mens is echter dat wie niet levenslang plasticiteit vertoont en niet mee kan komen, rechten verliest (vgl. Bude en Willisch, 2006). De aanpassingsdruk stijgt zo sterk, mede omdat de staat zich als beschermer tegen de harde werking van de markt terugtrekt. Dat is niet des Barbapapas. Want die soepele tekenfilmfiguren hielden rekening met ieders eigenaardigheden, lieten iedereen onvoorwaardelijk meedoen en vingen ook iedereen op.

Over vangnetten, bijstandsgerechtigden, rechten en plichten, maar vooral mensen, interviewden we voor Divosa in 2004 staatssecretaris Mark Rutte.

‘Sociale Zekerheid is voor 98 procent emotie’

Interview met Mark Rutte, Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, 22 maart 2004. Het volledige interview is gepubliceerd in: Gevaarlijk en Talentvol. Zeventig jaar mensbeelden in armenzorg en bijstand. Ellie Smolenaars en Marjan Beijering. 2004. Utrecht: Divosa. Met veel dank aan Tof Thissen en Liny Bruijnzeel.

Hoe noemt u de klant in de sociale zekerheid?

“Ik zit daar altijd verschrikkelijk mee. Klant vind ik zo jaren negentig, zo van, iedereen is klant van de overheid. De overheid is van iedereen en je kunt nooit klant van jezelf zijn. Je kunt wel in de situatie zitten dat je een uitkering nodig hebt. Misschien is bijstandsgerechtigde nog het beste.”

Bijstandsgerechtigde dus?

“Nee, eigenlijk is dat ook een rotwoord. Het is gewoon mevrouw Janssen of meneer Pieterse, ik zou zelf niet graag naar mijn uitkering genoemd willen worden. En ik hoop niet dat als die mensen gebeld worden met de vraag ‘Wat doet u?’ Dat ze zeggen: ‘Ik ben bijstandsgerechtigde’.”

Je moet van elkaar weten wat je aan elkaar hebt. Dan is klant de beste term, vinden drie van de vier ketenpartners van Divosa (bedoeld zijn hier UWV, SVB, CWI).

“Klant ben je als je de mogelijkheid hebt om ergens anders heen te gaan als het je niet bevalt. Dat kan bij de sociale diensten niet. Ik vind de redenering achter het woord sympathiek, daar ben ik het ook mee eens. Maar de uitkomst ervan is de gedachte dat we belasting betalen en dat de overheid dus van alles voor ons moet gaan regelen: veiligheid, geluk, het mooie weer. Maar de overheid doet dat natuurlijk niet, dat is haar taak ook niet. Het is een manier van denken die ertoe heeft geleid dat Fortuyn na z’n overlijden nog zesentwintig zetels behaalde.”

Gaat het dan heel erg om de verwachtingen? Hebben uitkeringsgerechtigden ook hele duidelijke plichten?

“Ach, dat hele gedoe van die rechten en plichten. We hebben de sociale zekerheid volledig gelegaliseerd en volledig geprofessionaliseerd. Maar sociale zekerheid is voor 98 procent emotie. Emotie over dat je man weg is en je thuis zit met kinderen en een uitkering. Dan is het de vraag hoe ik je zover krijg dat je zegt: ‘natuurlijk is het belangrijk dat ik de kinderen netjes opvoed, maar ik ga ook weer proberen te werken, al is het maar voor acht of zestien uur’.”

Wat verwacht u dan van de bijstandsgerechtigde zelf?

“Ik verwacht dat die bijstandsgerechtigde zegt: het is prachtig dat ik in een land woon waar dat vangnet er is, maar dat verplicht mij wel om me maximaal in te zetten. Natuurlijk heb je de plicht om zo snel mogelijk die bijstand uit te komen. Ik geloof eerlijk gezegd niet dat het probleem ligt bij die bijstandsgerechtigde, want zo’n vetpot is het niet, tenzij ze nog zwart bijverdienen. En dat is steeds lastiger met al die koppelingen en controles.”

We willen u graag een aantal historische voorbeelden voorleggen over controle en activeren. In de jaren twintig en dertig wordt er in Drenthe geen steun verleend. Er is enkel werkverschaffing op stukloonbasis.

“Dat is slecht, want het heeft geen enkel perspectief. De slavernij is afgeschaft, dit doen we niet. Ik vind wel dat asperges steken kan voor die jongere die de hele dag voor MTV hangt. Die went dan weer aan het ritme. Dergelijk werk moet natuurlijk goed ingekaderd zijn in het arbeidsrecht en er moet een wettelijk minimumloon geboden worden, dan kan het nuttig zijn om het iemand een halfjaartje te laten doen. Maar het moet wel onderdeel zijn van een perspectiefvol traject. Anders bespaar je even wat kosten die je later toch weer terugkrijgt.”

1987: textielarbeider Ad Cools is 12 jaar werkloos. Hij wordt uitsluitend bemiddeld als textielarbeider, terwijl die industrie is verdwenen.

“Dit is een extreme vorm van: ‘U komt nooit meer aan de slag, want u heeft een opleiding die niet relevant is.’ Ik heb teveel voorbeelden gezien die het tegendeel bewijzen. Een Turkse vrouw van 45 bijvoorbeeld, die in een programma terecht kwam waarin haar werd gevraagd wat ze wilde en kon en waar gekeken werd hoe ze het snelst Nederlands kon leren. Je moet eens bedenken wat dat betekent voor die gezinnen, voor de straat, waar dus ineens weer mensen met hun broodtrommeltje onder de snelbinders naar kantoor rijden ‘s ochtends.”

U heeft een heel positief mensbeeld en gaat ervan uit dat iedereen iets kan en dat daar altijd plaats voor is.

“Ja, altijd. Het zal niet altijd meteen lukken. Maar ik ben er heilig van overtuigd, ieder leeft z’n eigen verhaal en als sociale dienst moet je erop uit zijn om mensen bij hun eigen verhaal te brengen. Heel veel mensen zijn daar ver van weggeraakt door allerlei ellendige toestanden. Of er is die oude situatie waarbij iemand wel iets kan en wil, maar niks mag volgens de regels. Vreselijk!”

 

www.managementboek.nl/boek/9789075892284/gevaarlijk_talentvol_ellie_smolenaars