Hoe word en blijf je rijk aan sociaal kapitaal? Verenigingen zijn ooit ontworpen als een alternatieve organisatievorm naast familie en werk. Ze bewegen zich in een soort collectieve actiezone waarin een groep streeft naar eigen doelen en waar sociaal kapitaal wordt gemaakt en geleefd. Het sociaal-futuristische essay Gemeinschaftsgold & Sozialkapital (*2018) beschrijft de toekomst en de geschiedenis van verenigingen als (co-)producenten van sociaal kapitaal. Daarbij gaat het ook om helden, heiligen en rovers, en om Robin Hood-s met helper-identiteit …

Verenigingen zijn populair en sociaal avant-garde

Van politieke verenigingen tot sportverenigingen, van carnevals- tot historische verenigingen, voor elk thema is er wel een organisatie op vrijwillige basis. Veel Nederlanders en Duitsers en met hen vele anderen, zijn echte verenigingsfreaks. In Nederland is 8 op de 10 Nederlanders lid van een vereniging (Kloosterman en Coumans 2014). In Duitsland zijn 50 miljoen mensen, van de totale bevolking van 80 miljoen, lid van een vereniging; de trend gaat richting lidmaatschap van meerdere verenigingen (ZiviZ 2017).

Wat is er nu zo speciaal aan een vereniging? En wat is een vereniging precies? In een vereniging doen mensen iets samen wat ze niet alleen kunnen bereiken en formaliseren deze activiteiten: de acties worden ondergebracht in een georganiseerd regelwerk. Dat betreft vaste activiteiten, met een bestuur, begroting, interne en externe pr/communicatie, fondsenwerving … Verenigingen worden wel een ‘vergesellschaftsform der Moderne‘ genoemd: het is een nieuwe organisatievorm die is ontstaan tijdens de industrialisering met een bloeitijd in de negentiende eeuw.

Historische voorbeelden van verenigingen zijn de arbeiders die zichzelf organiseerden, zowel om te strijden voor betere werkomstandigheden, als om samen gezellige activiteiten te ondernemen. Een erg mooi voorbeeld zijn de duivenverenigingen in het Roergebied. Hoe fraai het contrast tussen de , de getemde vrijheid van witte postduiven en de mijnwerkersarbeid! (Soeffner 2010). De laatste kolenmijn in het Roergebied in Bottrop mag in december 2018 gesloten zijn, duivenverenigingen zijn er nog, ook al hebben ze het moeilijk.

Ook sociale zekerheid is vroeger deels door verenigingen, in friendly societies, georganiseerd (De Swaan 1988). Het was een alternatief voor de onderdrukkend-controlerende lokale maatregelen van de armenbesturen van religieuze en gemeentelijke organisaties. Nemen we de 21ste eeuwse decentralisatie van de sociale zekerheid en de ontstane rechtsongelijkheid – de controle en mogelijkheden voor een bijstandsontvanger verschillen tussen gemeenten – dan wordt duidelijk dat omstandigheden zich niet exact herhalen, maar karakteristieke elementen terug kunnen keren.

Filosofie en functie van de vereniging

Om terug te komen op de vereniging: je kunt de vereniging in zijn oorsprongsfilosofie zien als een soort anti-design, een sociale uitvinding die een parallelwereld ontwerpt, een beter leven wil, een alternatieve wereld schept naast de wereld van familie en werk. In een vereniging is in principe plaats voor de Homo Inclusivus, de mens die erbij hoort en die samen met anderen iets doet wat hij/zij graag wil bereiken. Dat vervult de functie van ergens bijhoren, in een lichte versie vergeleken met familie en werk: je moet bijvoorbeeld niet kerst vieren met je mede-verenigingsleden in een private home-setting. Ook ben je niet gehouden aan arbeidstijden of een al te vast gedefinieerde output gemeten in geld.

Een verenigingslid hoort dus bij een groep mensen met een bepaald doel, en in deze groep zijn meestal een klein aantal mensen erg actief, anderen minder actief en weer anderen maken alleen hun lidmaatschapsbijdrage over. Er zijn verenigingen die bolderkarren timmeren voor mobiele winkels op festivals. Er zijn verenigingen die zich inzetten voor een relaxtere tijdsbeleving (Futurzwei 1017/18). Er zijn straatverenigingen opgericht voor het jaarlijkse straatfeest. Een belangrijke functie van het lidmaatschap is dat je mee kunt doen, bij een groep kunt horen.

#Void en community

Erbij horen is een sehnsucht, onderdeel van een universeel streven naar een zinvolle rol en positie in de wereld. Deel uitmaken van een groep was cruciaal om te kunnen overleven in vroeger tijden. En het is goed beargumenteerbaar waarom dat nog steeds zo is. In 2018 was er een woord dat ik opvallend vaak tegenkwam: #void, het Engelse woord voor leegte. En in, hier tentatief want dit is niet het precieze onderwerp van het verenigingsonderzoek, zou ik interpreteren dat het moeilijk is geworden te weten wat je bijdrage, of in sociologische termen ‘rol’ of ‘positie’ is in de wereld en dat je daarmee ook weinig of geen ‘zingevingspotentieel’ ziet of beleeft. En misschien gebeurt het dan dat je uiteindelijk ook niet goed meer weet wat interessant of prettig is, wat prioriteit heeft, wat je volgende week en de rest van het jaar en je leven kunt gaan doen.

Religie en kerkgemeenschappen geven en gaven houvast zodat je niet hoefde na te denken of te kiezen. Werk doet dat, familie ook. #Void-mensen, de term is bedoeld als denk-etiket, zouden gebaat kunnen zijn bij het gemeenschappelijke, van community, van groepen, van samenwerken. Bij het aanbieden van een minder vluchtige optie dan die van de lossere bouwstenen van te extensieve online-vriendengroepen. En verenigingen zijn een altertief voor het noodzakerwijze hardere samenwerken voor een onderneming die het moet redden op de extreem competitieve global markt.

De vereniging is een sociale uitvinding. Het spannende is dat verenigingen hun vormen en werkwijzen aanpassen. En je kunt altijd samen weer een nieuwe vereniging beginnen. Recente groei in verenigingen vinden we bijvoorbeeld in het aantal verenigingen om subsidies binnen te halen (de Fördervereine in Duitsland (ZiviZ 2017) en groei in het aantal leden van consumentenorganisaties (CBS 2014). Dat wijst op een grotere geld en consumenten-oriëntatie. Als schrijver spring ik ook op die trein door in de titel te verwijzen naar gemeenschaps-goud en sociaal kapitaal.

Goud en kapitaal zijn metaforen die verwijzen naar materiële waardes. Ze pogen ook te beschrijven hoe kostbaar de verenigingen zijn; in de kern gaat het om immateriële waarden. En daar vond ik middels het archief-onderzoek iets spannends: ze worden omschreven in een vocabulair dat dreigt te verdwijnen.

Vijf Sociale waardes

Veel verenigingsleden maken zich zorgen over de toekomst van hun vereniging. Of het wel mogelijk zal zijn om opvolgers te enthousiasmeren voor het verenigingswerk. Is het mogelijk verenigingswaarden opnieuw te beschrijven? Wat zijn eigenlijk precies de sociale waardes achter het verenigingswerk? De volgende vijf sociale waarden zijn ontleend aan een klein onderzoek van Festschriften – feestelijke publicaties die het 100-, 75-, 50- enzovoort bestaan van een vereniging vieren. De Festschriften staan in het stadsarchief van Blieskastel (Legrum 2007).

1. gemeenschappelijkheid beleven

Zowel binnen verenigingen als in samenwerking met andere verenigingen gaat het er om samen dingen voor elkaar krijgen. Het samen vieren is belangrijk. Er is dat net iets andere leven naast arbeid en beroep. Een turnvereniging heeft het over ‘hervorragenden Kameradschaft’, wandel- en natuurvrienden van ‘frohen Gemeinschaft’, een vrolijke community.

2. erbij horen

Het verenigingsleven zorgt voor een zeker sociaal netwerk. Bij feesten gaat de uitnodiging vaak aan alle burgers. En er is aandacht voor overleden leden.

3. Een voor allen, allen voor een

is niet alleen het motto van d’Artagnan en musketier-friends: goede en slechte tijden worden gedeeld in verenigingen, je komt voor elkaar op. Het gaat erom de successen te vieren en de nederlagen met het team waardig te dragen, zo wordt het geformuleerd door een sportvereniging. De doelen zijn daarbij ruimhartig, zo spreekt de turnvereniging van de sport die een maatschappelijke doelstelling heeft, namelijk om de mensheid gezond te houden, en daarbij leert dat je verantwoordelijk en niet-egoïstisch met elkaar omgaat.

4. het principe van onbaatzuchtigheid

Spannend is dit principe, in het Duits gaat het om Uneigennützigkeit, dat moeilijk te vertalen is naar de huidige tijd. En dat ligt waarschijnlijk aan de grote veranderingen in het denken en handelen rond het ego, het ik, denk aan het zogenaamde ‘dikke ik’, en aan het soms wat smallere wij. Het gaat erom dat je in je handelen niet aan jezelf denkt, niet aan je individuele behoeften. Een koorvereniging verwoordt het zo: het gaat erom dat iedere zanger en ieder koor een drager is van hogere idealen die niet met jezelf te maken hebben. Een muziekvereniging spreekt van ‘selbstloser Hingabe‘, zelf-loze (dus niet Engels: looser) toewijding. In de metaforen rond kapitaal zouden we van ‘zonder winstoogmerk’ spreken. Dat is een kenmerk waar veel reclame mee wordt gemaakt, dat vaak doorgaat voor een positief keurmerk.

5. sociaal vererven

Het verenigingsleven moet vererfd worden, doorgegeven aan jongere generaties. Een voetbalclublid die zelf als kind speelde, wil nu helpen om het mogelijk te maken dat kinderen kunnen voetballen in clubverband. Veel verenigingsbesturen hebben het moeilijk opvolgers te vinden. Fanfare- en muziekverenigingen, sportverenigingen, koren, ze moeten vrijwilligers werven onder een dalend aantal jongeren, of niet-ouderen.

Inzoomen op altruïsme en egoïsme

Het principe van uneigennutzigkeit, van handelen zonder winstoogmerk, en van zelfloze toewijding, heeft dat ook een hippere vertaling? Daar ben ik benieuwd naar. Ik vond een interessante typologie in het artikel van Flatau et al. (2014) op basis van onderzoek naar engagement onder vrijwilligers in sportverenigingen. Het is een herkenbare typologie die verduidelijkt dat zelfloosheid niet zonder ego gaat en dat hybride vormen waarschijnlijk vaker voorkomen dan de pure vormen. Het is een fraaie typologie om ermee naar de mensen om je heen te kijken. De onderzoekers maken een indeling naar handelingstypen (altruïstisch of egoïstisch) en hun sociale waardes (is de intentie altruïstisch of egoïstisch).

. heiligen en helden. Hieronder vallen de pure altruïsten, de mensen die zowel onbaatzuchtige intenties hebben als onbaatzuchtige (zonder persoonlijk winstoogmerk) daden verrichten.

. de robin hood-achtigen. Dit zijn altruïstische egoïsten die een sterke helper-identiteit bezitten, maar vooral uit eigen interesse (roem, status, gutmensch) handelen.

. sjoemelende sponsorgeldenverzamelaars. Dit zijn schijn-altruïsten die doen alsof ze onbaatzuchtig vrijwilligerswerk doen, maar intussen uit zijn op geld en winst. Een soort verlichte, verheven oplichters. Flatau et al. refereren aan tweedehandsautoverkopers.

. rovers. Dit zijn niet-legitieme egoïsten die zich zowel openlijk presenteren als egoïsten EN egoïstisch handelen. Ze roven gelden en vinden dat goed.

Heiligen, Robin Hoods, verlichte oplichters en/of rovers: welke karaktertrekken en handelingsvormen herken je in je omgeving? En binnen verenigingen: wat spannend dat alle typen mogelijk een rol spelen, en dat waardes zoals zonder-winst-oogmerk, of onbaatzuchtigheid, niet per definitie geisoleerd voorkomen.

vereineguteszusammenleben
© Franziska Schink

Sociale waarden en mensen remixen

Verenigingen zijn een interessante organisatievorm, ze vormen een zijpad, een parallelwereld naast families, ondernemingen, andere organisaties. Ze groeien mee met de tijd door te digitaliseren, door te professionaliseren (sponsorgeld werven; geleid vrijwilligerswerk) en door samen te werken met ondernemingen (Dekker en De Hart 2009). Het lijkt wel alsof hun vocabulair wordt gekaapt en ver-juridiseerd of ver-economiseerd. Bedrijven nemen taken van verenigingen over (maatschappelijk verantwoord ondernemen) of geven hun personeel tijd voor verenigingsachtig werk in de tijd van de baas (werknemersvrijwilligerswerk). Zo bezien zijn filosofie en functie van verenigingen een groot succes: er wordt op doorontwikkeld. De bijbehorende sociale waardes nemen een andere taal en andere vormen aan.

Vergelijk je het sociale leven met muziek, dan zijn er evengoed patronen, klanken, sferen die je kunt mixen. Het verenigings-vocabulair zoals ik dat in de archieven vond, verwijst naar vijf sociale waardes: gemeenschappelijkheid beleven; erbij horen; een voor allen, allen voor een; het principe van onbaatzuchtigheid; sociaal vererven. Ik vind dat spannend en ben benieuwd wie welke waardes waar mixt of gaat mixen in de toekomst. In Gemeinschaftsgold & Sozialkapital gaat het daarom ook over verenigingen in de 2020-er en 2030-er en beyond. Wordt vervolgd.

Bronverwijzing: Gemeinschaftsgold & Sozialkapital – Wissenschaftlicher Bericht zur langfristigen Lage und Entwicklung der Vereinen 1968 – 2068. 2018 Ellie Smolenaars. Saarfalz: Vereint Euch!.

*Het essay is voor de opdrachtgever (Trafo – Modelle für Kultur im Wandel, eine Initiative der Kulturstiftung des Bundes und Kultur+ im Saarpfalz Kreis. ) in het Duits geschreven, dit is de Nederlandse bewerkte samenvatting van een deel van het essay. Het Duitse essay is in 2018 gebruikt op locatie en gepubliceerd in een 7-delige serie in het print & digitale huis-aan-huis-blad Blieskasteler Nachrichten. (Opre)Echte sociologie voor iedereen:) Altruist und Egoist (PdF)   

Recht vielen Dank an: Künstler*innen von space&designSTRATEGIES der Kunstuni Linz, aan Bernadette LaHengst en aan Kurt Legrum en aan alle sociaal-wetenschappelijk onderzoekers die mooi kenniswerk leverden.

Bronnen:

Archiefonderzoek, verricht in mei 2018: Festschrifte (FS) Vereinen. Stadtarchiv Blieskastel.

Dekker, Paul en Joep de Hart (red.) 2009. Vrijwilligerswerk in meervoud. Den Haag: SCP. https://www.scp.nl/Publicaties/Alle_publicaties/Publicaties_2009/Vrijwilligerswerk_in_meervoud

Flatau, Jens, Eike Emrich und Christian Pierdzioch 2014. Zur empirischen Prüfbarkeit des homo oeconomicus an hand der Messung der Motive ehrenamtlichen Engagements in Sportvereinen. In: Schmollers Jahrbuch 134(2014), s. 451 – 476. Duncker & Humblot, Berlin.

Giesecke, Dana, Saskia Hebert und Harald Welzer (Hg.) 2016. Futurzwei Zukunftsalmanach 2017/18. Geschichten vom guten Umgang mit der Welt. Frankfurt Am Main: Fischer.

Kloosterman, Rianne en Moniek Coumans 2014. Lidmaatschap en deelname verenigingen. Webartikel op cbs.nl

https://www.cbs.nl/nl-nl/achtergrond/2014/38/lidmaatschap-en-deelname-verenigingen

Legrum, Kurt 2007. BKN, Nr. 35-38,41. Bestehende Vereine um

1925 im heutigen Stadtgebiet von Blieskastel, Teil 1- 5.

Soeffner, Hans-Georg 2010. Der fliegende Maulwurf, s. 111-132 in: Symbolische Formung: Eine Soziologie des Symbols und des Rituals. Weilerswist: Velbrück Wissenschaft

De Swaan, A. 1988. Care and the State/ Zorg en de Staat. Amsterdam: Bert Bakker.

ZiviZ-Survey 2017. Jana Priemer, Holger Krimmer, Anaël Labigne. Vielfalt verstehen. Zusammenhalt stärken. ZiviZ-Survey 2017. Edition Stifterverband: Essen. https://www.ziviz.de/ziviz-survey-2017